Grondeekhoorns of chipmunks zijn kleine gestreepte eekhoorns, niet veel
groter dan een slanke goudhamster en hebben een lange pluimstaart. In
buitenvolières en de natuur houden boeroendoeks een winterslaap van
oktober tot in maart. Vaak worden boeroendoeks voedertam, maar het
blijven onvoorspelbare (wilde) dieren. Boeroendoeks zijn energieke en
nieuwsgierige dieren die graag klimmen en graven. Vaak zitten ze op een
uitkijkpost de omgeving in de gaten te houden. Wanneer men op geregelde
tijden komt voederen, zullen ze al ongeduldig zitten te wachten. In een
buitenvolière of in een kooi op een onverwarmde kamer gaan ze van
oktober tot maart in een winterslaap. Af en toe worden ze wakker om
snel wat te eten om vervolgens weer verder te slapen. Van een zonnig
plekje zullen ze dankbaar gebruik maken door languit te gaan liggen
zonnen. Maar het verblijf mag nooit de hele dag in de volle zon staan!
Daar
boeroendoeks solitaire dieren zijn is het af te raden meerdere
boeroendoeks in één hok te houden. Ieder diertje moet apart gehuisvest
worden.
Voor het bij elkaar zetten van dieren ga ik ervan uit dat er geen
jongen geboren worden. Opvangcentra zitten al overvol en het valt niet
mee om voor elk jong een nieuw baasje te vinden.
Rekening houdend met de aard van boeroendoeks is alleen de volgende combinatie mogelijk:
Boeroendoeks worden geslachtsrijp zo rond de 10 maanden. In de lente is
de paartijd, alleen dan laten vrouwelijke grondeekhoorns mannetjes toe
om gedekt te worden. Daarna verdwijnen de mannetjes weer. Na een dracht
van 29-32 dagen worden 3-7 jongen geboren. Pasgeboren boeroendoeks zijn
kaal en blind en wegen ongeveer 3 gram. Na 10 dagen begint de vacht
door te komen en vanaf de 28e dag gaan eerst de oren open en een paar
dagen later ook de oogjes. Na een zoogperiode van 4 tot 7 weken gaan de
jongen over op vast voedsel. Ze zijn dan nog erg schrikachtig en op hun
hoede.